Palmen In Potten

Tips voor palmbomen in pot gehouden:

De grond moet goed draineren . Een pot met cache-pot volledig (tot boven) vol water gieten is voor zowat alle planten dodelijk. Het water moet dus goed kunnen weglopen uit de pot, naar een onderschaal met lage rand. Alleen enkele moerasplanten verdragen een doorweekte en zure bodem. Op de bladeren of op de stam van de palm water gieten moet vermeden worden, want deze delen vochtig houden veroorzaakt schimmel en rotting. (Tenzij het doelbewust en met kennis van zaken bemesten via sproeien op de bladeren)

Een palm heeft veel licht nodig, als het kan in volle zon van lente tot herfst buiten of in de serre, tenzij de meeste erg jonge palmen (zaailingen), en enkele dwergsoorten die liever geen direct zonlicht willen, bvb. Chamaedorea elegans en sommige Licuala-soorten. Een kleinere, lage palmboom staat in de natuur ook onder de grotere planten, en wenst schaduw. Trachycarpus, Washingtonia en Phoenix daarentegen verdragen zelfs als zaailing direct zonlicht. Een serre heeft de voorkeur, omdat de temperatuur hoger is (in ons Belgisch klimaat) en omdat het glas de schadelijke UV-stralen filtert. Pas op met het verplaatsen van een palm van woonkamer of serre naar open lucht: bladeren die niet aan volle zon gewend zijn kunnen verbranden, en dienen geleidelijk aan de zon te wennen, per 10 dagen verplaatsen naar een standplaats met iets minder schaduw is aanbevolen, en elke dag nakijken of het blad grijze of bruine vlekken vertoont. Indien dit het geval is, terug naar meer schaduw, en het proces trager herhalen. Washingtonia, Trachycarpus, Chamaerops en Phoenix trekken zich weinig aan van een verhuis van schaduw naar volle zon, maar Roystonea en Archontophoenix des te meer.

Een palm heeft veel water nodig als het warm is. Gezien het grote verdampingsoppervlak van de bladeren heeft een palm bij hogere temperaturen veel water nodig. In de zomer in volle zon drie weken zonder water is dodelijk voor een palm in een pot, ook al is die 10 jaar oud. De palmbomen die je aantreft in Tenerife en Gran Canaria, zouden er niet staan zonder kunstmatige irrigatie. Het heeft geen zin om palmbomen te vereenzelvigen met “droge landen”, palmbomen komen in droge streken van nature niet voor. Als je een Phoenix dactilifera (dadelpalm) opmerkt die in het wild groeit in binnenland Marokko, dan is er een bron of een hoge stand van het grondwater. Uiteraard kan een palmboom bij lagere temperaturen (winterseizoen) het stellen met minder water. Er zijn overigens grote verschillen tussen de soorten palmen: een Phoenix kan het stellen met een weekje droogte, en een Licuala dient een permanent vochtige grond te hebben. Je kan redelijk veilig beweren dat vrijwel elke palm graag dagelijks of om de twee dagen een portie water heeft bij warm weer. Pas gieten als de bovenkant van de grond droog aanvoelt is een goede regel. Maar dan niet te veel zodat hij hoogstens met het laagste centimetertje van zijn wortelstelsel in permanent water (onderschaal) zit. De arabieren zeggen van de palmen: “de wortel in het water, de kruin in het vuur (de brandende zon)”.

Een palm heeft warmte nodig om te groeien. De exacte temperatuur verschilt per soort, maar algemeen kan je stellen dat bij lagere temperaturen dan 20°C een palm niet groeit. Ideaal lijkt 25°C tot 30°C.

Zaden kunnen lange tijd op zich laten wachten om te kiemen. Sommige komen uit na vijf dagen tot zes weken, andere na 16 maanden. De meeste zaden komen vlugger uit bij een temperatuur van +/- 30 tot zelfs 35 °C, de Trachycarpussoorten komen bij deze omstandigheden helemaal niet uit: zij verkiezen lagere temperaturen. Zaden moeten licht vochtig liggen om te kiemen, niet “nat-verzopen”.

Palmen hebben graag veel meststoffen in het groeiseizoen, rijk aan mangaan (bij tekort: jonge bladeren vergelen en het blad blijft kleiner, het blad verdort en krijgt een kroezelig uiterlijk), magnesium (bij tekort: oudere bladeren worden geel op de uiteinden, blijven in het midden bij de stengel groen. Voornamelijk bij dadelpalmen), ijzer, kalium (Bij tekort:bladeren vertonen gele, oranje of bruine vlekken, en afstervende delen op oudere bladeren) , Stikstof en koper. Gewone voeding met de nadruk op de N en K in de NPK verhouding voldoet prima, kies een soort met sporenelementen. Er is ook speciale palmenvoeding, smaakt hetzelfde.

Een palmboom reageert sterk op de juiste meststoffen en correcte bewatering, en groeit dan snel met mooie bladeren. Overbemesten met stikstofrijke goed oplosbare stoffen (bvb ureum) is echter af te raden, omdat deze goed wateroplosbare stoffen zodanig snel door de plant worden opgenomen, dat deze een gemakkelijkere prooi wordt voor insectenvraat, of minder winterhard wordt (dunnere celwand). Daarenboven kan een plant sterven door overbemesting (deshydratatie van de wortel door te veel zouten in de omgeving). Te weinig bemesten zorgt enkel voor een tragere groei, maar dit beschadigt de plant niet. Een grote pot, met daarin een kleine plant met weinig wortel, heeft relatief minder water en minder meststoffen nodig. Een pot die volledig met wortels gevuld is, met een grote plant boven in de pot, heeft relatief meer water en meststoffen nodig. Een goede richtlijn is 25 gram groene of roze korrel opgelost in 10 liter gietwater, voor een goed gewortelde palm met grote plant in de pot. Let op met dit bemestingsregime in de winter, gezien de palm minder groeit bij lagere temperaturen. Eens per maand met gewoon klaar water goed doorgieten, om de overtollige meststoffen uit te spoelen (in de natuur hebben de palmen ook af en toe stortbuien). Tijdig de palm verplanten in een iets grotere pot, liefst in het vroege groeiseizoen. Bij het verplanten er op letten dat we de plant niet te diep of te hoog zetten. Palmen zijn zeer gevoelig aan de exacte hoogte van de onderkant van hun stam. Meestal is dit te herkennen aan een kleine bolvormige verdikking aan het begin van de stam, net boven de wortels. Dit “bolletje” moet net op de grond staan.

Wanneer je een meststof koopt, staat er een getal op, het N-P-K gehalte (stikstof, fosfor, kalium). Soms staan er 4 getallen op de meststofverpakking – het vierde getal betreft dan het gehalte aan magnesium. Een palm heeft graag doorlopend een verhouding van ongeveer 13-9-16. Een meststof die de stoffen traag vrijgeeft (bvb koemestkorrels of osmocote) is beter dan een snelwerkende. Hoe dan ook, kaliumzouten worden sneller vrijgegeven (en dus sneller weggespoeld) dan de ammoniumstoffen (N of stikstof), en vermoedelijk is dat de reden van mijn dunnere winterbladeren: het kaliumgedeelte spoelt sneller weg uit de pot, en na pakweg een maand bevat de potgrond voornamelijk nog stikstofzouten, waardoor de palm op zuiver “groei” bemest wordt. Het gedeelte “stevigheid” (of kalium) is snel weggespoeld – dus het niet bemesten van de palm tijdens de winter heeft als gevolg dat er een tekort aan kalium optreedt gedurende enkele maanden. Eens de palm een redelijke grootte bereikt heeft, dient er dus bijkomend gelet worden op goede bemesting, en moeten we het snellere wegspoelen van kalium compenseren door kunstmatig bij te bemesten met bvb. meststoffen voor coniferen – deze hebben een zeer hoog kaliumgehalte (NPK: 5-5-20). Dit voornamelijk voor palmen die binnen overwinteren, hoewel bijkomende bemesting met kalium een palm ook meer winterhard maakt. Overigens: palmen hebben behoefte aan sporenelementen, zoals boor, koper, ijzer, mangaan, enz. De meest zekere manier om deze toe te voegen is het veranderen van bemesting. Afgezien van bemesting via gietwater, zorg ik voor bemesting door de afgesnoeide bladeren van de palm zelf in gesnoeide stukjes bovenop de potaarde te leggen, alsook houtpulp en goed vergane bosgrond. Minstens even belangrijk als deze bemesting is het verkleinen van het verschil in lichthoeveelheid tussen de winter-binnenplant en de zomer-buitenplant. Enkele halogeen-spotjes op de palm in de winter kunnen helpen om de palm zich meer “buiten” te laten voelen, waardoor de groei van de bladeren meer gelijkmatig verloopt, zonder te lange “winterbladstelen”.

Kortom, ga er van uit dat de “palm” een primitieve plant is. Als kweker moeten we rekening houden met de hoeveelheid aan (zon-)licht, water, grond, meststoffen, temperatuur, omdat de palm enkel in bepaalde (zeldzame) habitats voorkomt. Een palm is prachtig, maar gevoelig. Het is aan ons om deze prachtige plantensoort in al zijn glorie te laten overleven. Sommige palmen wensen volle zon, sommigen vereisen schaduw en sterven bij overmatige blootstelling aan volle zon (Licuala, Chamaedorea, en de meeste zaailingen). Wij kunnen ons verplaatsen, en drinken of schaduw opzoeken wanneer we wensen. Een plant kan dat niet.

Een grotere palm (met stam) in de winter binnen zetten, en in de zomer buiten, of van een serre naar open lucht verplaatsen, houdt gevaren in. Niet enkel “zonnebrand” (vele soorten zijn heel gevoelig indien er snel van schaduw naar zon overgeschakeld wordt, en vertonen vlug verbrande bladeren) en het kapot waaien van grote en fragiele “serrebladeren”.

Binnen is er geen wind en minder licht, en toch warmte, en de palm maakt grotere bladeren en langere bladstelen aan. Gezien de temperatuur gaat de groei gewoon verder, en de palm gaat met nieuwe bladeren op zoek naar meer licht. Deze bladeren lopen in het voorjaar schade op, als de palm terug buiten in volle zon komt. Harde wind kan een winterblad scheuren. De zomerbladeren zijn steviger en hebben kortere stelen, en worden niet zo makkelijk beschadigd door de wind. De plant op zich heeft geen enkel probleem met een gescheurd blad, maar mooi oogt het niet.

Het is beter om een palm die binnen overwintert (bij relatief minder licht), aan een lagere temperatuur te houden dan kamertemperatuur. Het probleem van slappe winterbladeren kan opgelost worden met kunstmatige belichting, en bemesting aan een hoger kalium-gehalte en dus relatief minder stikstof. Kalium zorgt vooral voor de stevigheid van plant en bladeren, stikstof voor de groei.

Overigens kan een gescheurd of (ouder) vergeeld blad probleemloos afgenoeid worden. Let bij het snoeien wel op om de bladeren niet te kort bij de stam af te knippen: te korte steeltjes aan de stam laten geeft later problemen bij de stamvorming. En het steeltje korter bijknippen kan later altijd, er een stuk bij aan snoeien gaat natuurlijk niet. Best is om een blad pas af te snoeien als het volledig bruin en dor geworden is. Kwestie van de palm de kans te geven om de stoffen die in een groen blad opgeslagen zijn (chlorofyl, kalium, calcium enz.), te recupereren en naar de nieuwe bladeren te laten overbrengen.

Meer palmboom

Bron : http://users.telenet.be/sf15419/palmen.html

2 gedachten over “Palmen In Potten

  • 26 juli 2017 om 09:43
    Permalink

    L.s.

    Wat voor aarde te gebruiken bij over potten ?
    Kan het nu nog?
    Bij voorbaat dank! 🙂

    Beantwoorden
    • 31 juli 2017 om 09:20
      Permalink

      er bestaat speciale palmaarde. maar naar mijn weten werkt potgrond of cocopeat ook prima

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *